De Raad van Europa: 60 jaren jong

Maandag 7 December 2009
Prof. dr. Martin Kuijer

De Raad van Europa bestaat dit jaar 60 jaar. Op 5 mei 1949 werd deze internationale organisatie opgericht op initiatief van…de Britten.

Sir Winston Churchill was kennelijk geen euroscepticus. Na de Tweede Wereldoorlog bestond in brede kringen het besef dat een Europees samenwerkingsverband wenselijk was. De verschrikkingen van het Derde Rijk mochten nooit meer plaatsvinden op het Europese continent. De vaak gewelddadige geschiedenis tussen de Europese landen moest voorgoed tot het verleden behoren. Om dit te bewerkstelligen waren twee pijlers essentieel. De eerste pijler steunde op economische samenwerking. Zo kwam in 1951 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal tot stand, een samenwerkingsverband voor de meest belangrijke industrietakken in Europa, om economische stabiliteit in de regio te garanderen. Eén van de voorlopers van de huidige Europese Unie. In de tweede plaats moesten de mechanismen worden versterkt om naleving van de beginselen van democratie, rechtsstaat en mensenrechten te verzekeren. Stabiliteit in de regio zou slechts op lange termijn gewaarborgd kunnen worden indien mensenrechten werden gerespecteerd. Hierbij zou de Raad van Europa een centrale rol gaan vervullen. In dit verband is het geen toeval dat Straatsburg, een grensplaats tussen de twee Europese grootmachten Frankrijk en Duitsland, werd gekozen als zetel voor de Raad van Europa. Het was een symbool van de wens van de traditionele rivalen om te kiezen voor samenwerking teneinde grove schendingen van de meest fundamentele mensenrechten te voorkomen in de toekomst.

Na 60 jaar moet worden geconstateerd dat de Europese Unie bij het grote publiek een alledaags begrip is geworden (in positieve en/of negatieve zin). De Raad van Europa is – afgezien bij een handjevol ingewijden – een onbekend fenomeen. Ik was enkele weken geleden in Zwolle voor een jongerendebat over de Raad van Europa en zelfs de mensen die de moeite hadden genomen om op een doordeweekse avond te komen naar het Provinciehuis gaven toe dat ze weinig tot niets wisten van de Raad van Europa. En dat beeld komt waarschijnlijk overeen met dat van de gemiddelde Nederlander. Spijtig en onterecht, want de Raad van Europa heeft veel betekend voor de rechtsbescherming in Nederland (en alle andere lidstaten). Of het nu gaat om de inrichting van ons rechtsbestel, ons straf(proces)recht, ons vreemdelingenrecht, ons politieoptreden, ons penitentiair stelsel; op al deze gebieden zijn fundamentele wijzigingen doorgevoerd op initiatief van ‘Straatsburg’.

De betekenis van de Raad van Europa is niet alleen strikt mensenrechtelijk. Zo zijn binnen de Raad van Europa belangrijke verdragen tot stand gekomen over bijvoorbeeld terrorismebestrijding (1977 en 2005), witwassen (1990 en 2005), cybercrime (2001 en 2003), corruptie (1999 en 2003), seksueel geweld tegen kinderen (2007) en mensenhandel (2005). Deze verdragen hebben niet zelden geleid tot de introductie van nieuwe strafbepalingen in ons Wetboek van Strafrecht. Bovendien wordt de interpretatie van reeds bestaande strafbepalingen doorgaans verregaand beïnvloed door dit soort Raad van Europa standaarden.

Er is nog een reden waarom de Raad van Europa tot op de dag van vandaag zo’n belangrijk forum is voor Nederland. In toenemende mate zijn de uitdagingen voor ons Nederlandse opsporingsapparaat internationaal van aard. Effectieve bestrijding van menig maatschappelijk probleem vergt daarom eveneens een internationale aanpak. Wie mensenhandel wil bestrijden doet er verstandig aan om over de grenzen te kijken. En als men dan op zoek is naar een internationaal forum om een dergelijke grensoverschrijdende problematiek te bespreken, komt veelvuldig de Raad van Europa met 47 lidstaten in beeld. In tegenstelling tot de Europese Unie van 27 lidstaten, zijn bij de Raad van Europa ook landen aangesloten die gelden als aanvoer- of doorvoerland. Dat maakt een integrale aanpak van de problematiek mogelijk.

De Raad van Europa verdient het om meer in het zonnetje gezet te worden. Er vindt buitengewoon belangrijk werk plaats, voor Nederland en voor 46 andere lidstaten. En voor de eurosceptici onder ons: het kost beduidend minder dan de EU. Voor 2008 was het reguliere budget van de Raad van Europa vastgesteld op 201 miljoen euro. Omgerekend is dat een kwartje per Europeaan. En voor de goede orde, dat bedrag valt in het niet tegen het jaarlijkse budget van de EU.