Veiligheid: perceptie van de werkelijkheid

Maandag 21 maart 2011
dhr. drs. J.A.P. van Kastel

De werkelijkheid wordt bepaald door de positie die je inneemt. Door verandering van positie verandert je perspectief en daarmee het beeld van de werkelijkheid. Er is dus niet één werkelijkheid.

De werkelijkheid is een variatie van perspectieven en waarnemingen. Nu zijn er natuurlijk zaken die zijn wat ze zijn. Die niet afhankelijk zijn van perceptie. Zo wordt al jaren beweerd dat de objectieve veiligheid is wat die is; zonder afhankelijk te zijn van perceptie of interpretatie. Immers het aantal inbraken is een concreet getal, evenals het aantal berovingen of moorden of zedendelicten. Dus er bestaat zoiets als een objectieve werkelijkheid. Tegelijkertijd zegt die benadering dat er een subjectieve werkelijkheid is en dus een subjectieve veiligheid die wèl wordt vormgegeven door mijn positie en mijn interpretatie.
En dan denk ik: gelukkig maar. Want ik wilde me net druk maken om de onveiligheid in mijn directe omgeving, in mijn persoonlijke levenssfeer, op de vierkante meter. Maar wat heeft dat voor een waarde als op datzelfde moment de Arabische wereld “in brand staat” en elke dag via allerlei media de meest gruwelijke gewelddaden en meest onveilige situaties op een presenteerblaadje worden aangereikt. Je zult maar in Benghazi opstandeling zijn en weten dat je elk moment in de klauwen van de moordende macht kunt vallen.
Of wat te denken van de onvoorstelbare onveiligheid in Japan na de aardschok en Tsunami? De dreigende meltdown in een der kerncentrales houdt de hele wereld in haar greep.

Gelukkig maar denk ik dan: het kan dus altijd nog erger. Dat besef relativeert de eigen ellende. En was dat relativerende vermogen er niet, dan zou ik me nu dus druk gemaakt hebben om de dronken man die deze week bij mij in de voortuin lag te slapen en die agressief in mijn richting werd toen ik hem maande een andere verblijfplaats te zoeken. Of ik zou me opwinden over de zoveelste beschadiging aan mijn geparkeerde auto.
Incidenten waarvan de veiligheidsautoriteiten (politie en stadstoezicht) zeggen: “ja mijnheer, dat hoort nou eenmaal bij het wonen in het centrum van de stad!” .
Ja, denk ik dan, zo kan je het ook bekijken; ook een perceptie van de werkelijkheid. En hoe mag of moet ik dan veiligheid percipiëren bij de aankondiging dat in mijn stadje met de carnaval aan “crowd control” zal worden gedaan omdat er anders onverantwoorde situaties kunnen ontstaan, á la de Loveparade in Duisburg? Bij mij om de hoek “crowd control”!!! Ik word er niet rustiger onder.
En dan dit: ik vond in de achtertuin een paar patronen, vermoedelijk voor een alarmwapen. Nader zoekwerk leverde een doosje met 48 patronen op; het doosje bood plaats aan 50 patronen, dus er ontbraken er twee. Het spul was klaarblijkelijk over het hek mijn tuin ingegooid ( mijn tuin grenst aan een park en het is daar ’s avonds knap stil en donker).
Twee politie-agenten kwamen om het doosje met patronen op te halen.
Ik vroeg nog of we samen zouden zoeken naar de twee ontbrekende patronen. Dat was niet per sé nodig vonden de agenten. Wordt er nog een onderzoek ingesteld, vroeg ik. “Waarom?”, was de wedervraag van de agenten. Ik opperde nog de mogelijkheid dat er misschien knallen waren gehoord in de buurt, of dat er aangifte was gedaan van een beroving of bedreiging in het park, of……
Nou, dat wisten de agenten niet. En ja, als het al zo was, dan was het toch al achter de rug. Ik opperde nog dat het niet uitgesloten was dat het wapen ook wel in de buurt, misschien wel in mijn struiken kon liggen. Ja, daar moest ik niet van opkijken vonden de agenten. Mocht ik het vinden, dan kon ik gewoon weer bellen.
De agenten straalden uit niet te begrijpen waarom ik me zo druk maakte; er zijn toch andere, meer ernstige, gebeurtenissen?!
De neiging om te beginnen over gevoel van onveiligheid kon ik onderdrukken. Ik dacht weer aan de situatie in Libië en Japan. Nu ik zie hoe griezelig onveilig het is in andere delen van de wereld, is het bij om de hoek een stuk veiliger geworden. Niet zeuren dus. Toch?!